Competenties

Van beroepskrachten wordt verwacht dat zij in staat zijn om kindermishandeling te signaleren, adequaat om te gaan met vermoedens en effectief samen te werken met anderen. Dit vraagt van hen verschillende soorten kennis en vaardigheden.


Deze zijn beschreven in de kerncompetenties kindermishandeling, uitgesplitst naar de functies:



Omdat bijvoorbeeld een medewerker in de jeugdzorg over andere kennis en vaardigheden moet beschikken dan een leerkracht of een schoolmaatschappelijk werker, is een onderscheid gemaakt tussen basiscompetenties die voor iedereen gelden en twee plusvarianten voor verschillende beroepsgroepen.

  • De Basiscompetenties zijn voor alle beroepskrachten van toepassing. Ze geven weer wat iedereen tenminste moet weten en kunnen om kindermishandeling te kunnen aanpakken.

  • Daar bovenop geldt voor beroepskrachten die een functionele verantwoordelijkheid hebben in het bespreken van vermoedens van kindermishandeling de Plusvariant 1.

  • Voor beroepskrachten die hulp en/of bescherming bieden gelden naast de basisvariant ook de Plusvariant 2.

  • Houdingsaspecten die nodig zijn bij het uitoefenen van het werk, worden samengevat in een overkoepelende omschrijving van beroepshouding.

Bron: Nederlands Jeugd Instituut, Utrecht
http://jeugdengezin-content.zorgoog.nl